De halve waarheid over infographics

March 12th, 2013 CFHMK

Blogpagina ombudsman nrc.nl

De ombudsman van NRC-Handelsblad schrijft over infographics

De Ombudsman van de NRC schrijft over infographics op de site van de NRC:
Een goede grafiek zegt (soms) meer dan duizend woorden. Dit is een verhaspelde cliché. Het origineel, ‘A picture is worth a thousand words’ is van Arthur Brisbane (1864-1936), van wie Randolph Hearst gezegd zou hebben dat het de grootste journalist van zijn tjd was.
Het spreekt vanzelf dat het om een ‘goede’ afbeelding moet gaan, dat hoefde Brisbane er niet bij te zeggen. Ook het suggestieve (soms) liet hij weg, omdat het, samen met dat ‘goede’, een lelijke verdubbeling vormt van de ‘second thoughts’ in de kop.

Onder de kop van het stuk volgt het verplichte plaatje. In dit geval is dat een grafiek. Dat lijkt logisch, maar bij nadere beschouwing is het dat in het geheel niet. Want wat zien we hier? Het kopje boven de grafiek zegt ‘Gewogen aantallendiagram’, maar aantallen van wat? En wat zeggen die kleurverschillen? En de verschillen in groottes van vlakjes? Het onderschrift van het ‘plaatje‘ luidt ‘Infographic over infographics‘ en is daarmee even nietszeggend als de grafiek zelf.
Het stukje zelf opent met de retorische vraag Wat leest beter, een tekst of een grafiek? Als ik me de grafiek in tekst probeer voor te stellen, komt er iets als:
‘In juni 1987 waren er zeventien kleine gele blokjes, vijftien lichtgroene en iets grotere blokjes, vier groen en nog iets grotere blokjes, twee grotere blauwe blokjes en één donkerblauw blokje.‘ Waarmee, ondanks dat we nog steeds niet weten waar dit over gaat, de vraag verder wel beantwoord lijkt.
De volgende zin (en alinea) van het stuk is: ‘Kranten proberen ook grafisch steeds aantrekkelijker te worden voor lezers.’

Het luie gebruik van kranten als handelende personen is de ombudman vergeven, wat mij vooral opvalt in de zin is dat de schrijver dit zo achteloos opschrijft, alsof het niet één van de meest opvallende tendensen in de journalistiek is dat kranten in razend tempo bezig zijn grafisch, oftewel visueel, informatiever, en daarméé aantrekkelijker te worden.

Ik zal niet voortgaan om het stukje zin voor zin te ontleden maar de volgende alinea is daarvoor te belangrijk. De schrijver verklaart het gebruik van grafieken uit een poging jonge—maar ook oudere—beeldgevoelige lezers te binden en te informeren. Dat is ten dele waar. Maar er zijn meer, en minstens even belangrijke, verklaringen voor de opkomst van informatief beeld, naast fotografie en illustratie die al langer een plek in de gedrukte pers heeft verworven. Want dat zo’n omgekeerde staafdiagram die hier als ‘illustratie‘ is opgevoerd, nu zo aantrekkelijk is voor ‘in beeldtaal gedrenkte’ lezers, gaat er bij mij niet gemakkelijk is. Dat grafiekje mag dan gekleurd zijn, voor de rest is het saai en onduidelijk.

Met de openingszin geeft de ombudsman ook te kennen dat hij weinig heeft begrepen van de synergie van tekst en beeld, die in de (goede) infographic voor de toegevoegde waarde zorgt. Marien Jonkers zegt het treffender in het citaat dat van haar gegeven wordt: “Ze vertellen een verhaal.”
Dat kunnen die infographics uitsluitend met een goede begeleidende uitleg en verantwoording. Bij de blog zijn meerdere commentaren te lezen die daarop wijzen.
Om te beginnen wordt erop gewezen dat de legenda voor het kleurgebruik heel moeilijk te vinden is. Het is de balk onder de tabel met de “ruwe gegevens”, het tweede plaatje dat wordt getoond. Die wordt helaas niet als legenda gelabeld.
De lezer kan bij de diagrammen veel vragen stellen, die door het stuk niet worden beantwoord, zoals
Waarom worden om de vijf jaar de junimaanden met elkaar vergeleken?
Waarom is het beginjaar 1987?
Wat verklaart de dips in 1997 en 2007?
Geeft de codering met breedte, naast die met kleur, ook informatie over de oppervlaktes (één- t/m vijfkoloms)?

Lezers hebben antwoorden gegeven op de vraag van de ombudsman welke men “het duidelijkst, het meest overzichtelijk, of (ook een factor) het mooist” vindt.
Die antwoorden zijn heel verhelderend. Maar dan niet in de zin dat er een duidelijk beeld uit naar voren komt van wat de beste vorm voor de cijfers is, maar van de grote verschillen van de manier waarop lezers dergelijke grafieken lezen en gebruiken en welke voorkeuren ze erin hebben. Voor onderzoekers van infographis (waartoe ik mezelf reken) een buitengewoon lezenswaardige verzameling meningen.

Een herhaaldelijk door lezers gemaakt bezwaar is dat er met grafieken gemakkelijk te liegen valt. De bedenkingen tegen grafieken zijn verbonden aan de Britse staatsman Benjamin Disraeli (1804–1881), die zou gezegd hebben: “There are three kinds of lies: lies, damned lies (en niet ‘bloody lies’, zoals een lezer schrijft), and statistics.” Volgens Wikipedia heeft Mark Twain Disraeli het citaat in de mond gelegd.
Dat is allemaal tot daar aan toe, belangrijker mijns inziens is dat bedoeld werd dat het liegen vaak begint met de getallen zelf en de keuze welke te onthullen en welke niet. Grafieken kunnen dan de waarheid niet vertellen.

 

 

Kuitenbrouwer lid van Cloud Appreciation Society

November 10th, 2012 CFHMK

Dankzij de bemiddeling van mijn goede vriendin Pietje Spaargaren-Van Wijngaarden mag ik me vanaf vandaag lid noemen van The Cloud Appreciation Society.
Om dat te vieren heb ik bijgaande video gemaakt, die hier te bekijken is.

 

 

Dunglish

April 3rd, 2012 CFHMK

Nederlanders leren van jongs af aan Engels te spreken. Ze worden dagelijks omringd door Engelstalige films, reclames, tijdschriften, software en games. Er is een trend om vanaf groep 1 van het basisonderwijs Engels aan te bieden, in het voortgezet onderwijs is het een verplicht eindexamenvak.
Je zou dus zeggen dat het wel goed zit met het Engels in Nederland. Toeristen zijn onder de indruk van onze bereidheid en vermogen om hen in het Engels te woord te staan, in het buitenland weten we ons goed te redden.
Vreemd is dat natuurlijk niet. Nederlands wordt door hooguit een kleine vijfentwintig miljoen mensen over de hele wereld gesproken, tegen 350 miljoen voor Engels.
Toch is het met ons Engels helemaal niet zo goed gesteld als je zou denken.
Afgelopen week woonde ik twee symposia bij met samen een stuk of tien, twaalf Nederlandse sprekers die een Engels praatje hielden. Het gesproken Engels was door de bank genomen slecht tot zeer slecht. Voeg daarbij dat het—te oordelen naar deze voorbeelden—met de vaderlandse voordrachtskunst ook heel matig is gesteld, de visuele vaardigheden bij het samenstellen van lichtbeelden weinig ontwikkeld zijn en het recept voor tenenkrommende en slaapverwekkende optredens is compleet.

Bij een Google-rondje komen leuke voorbeelden van ‘Dunglish’ aan het licht (voor wie het niet weet, ‘dung’ is ‘the waste matter passed out of an animal’s body, especially when used as manure’.
De parkeermeter met de engelse uitleg die hier wordt besproken sprak me aan omdat het om te beginnen al een gruwelijke ongebruiksvriendelijkheid is om bezoekers (met huurauto’s) te vragen hun kenteken in te voeren, laat staan in het Dunglish waarin dat hier gebeurt. Startknop is in het nederlands al raar. Een groen veldje op een touchscreen is geen knop en hoeft zo ook niet benoemd te worden, net zomin als op een richtingaanwijzer de afkorting ri. (voor richting) nodig is.

Nog even over de Nederlands-Engelse uitspraak. Die verstaan wij natuurlijk zelf heel goed, het valt ons niet op als het gebezigd wordt, maar veel Amerikanen en andere engelstaligen hebben er moeite mee. Ze houden er niet van als het onderscheid tussen ‘turd’ en ‘third’, ‘fink’ en ‘think’ verdwijnt of tussen ‘idea’ en ‘ID’.
Mij stoorde het in de verschillende steenkolenpraatjes het veelvuldig gebruik van ‘vizzuluzeesjun’ in plaats wat hier bij gebrek aan beter genoteerd wordt als ‘vi-zjoe-alai-zee-sjun’. Meer werk voor de mondspieren, toegegeven, maar ook duidelijker.

 

 

Standwerk op Infographics Congres 2012

March 4th, 2012 CFHMK

Samen met Erik Post en Arent Benthem dit weekend lekker aan het werk voor het materiaal waarmee we de stand gaan vullen op het Nederlandse Infographics Congres 2012 dat vrijdag 9 maart as in Figi Zeist plaatsvindt.
Met Erik werkte ik een jaar of twintig geleden in mijn eigen studio, onder andere aan de huisstijl van INDRA, de UvA-vakgroep voor ontwikkelingsvraagstukken.
Na een jaar of tien in New York te hebben gewerkt, runt hij opnieuw samen met zijn oude partner Kees van Drongelen Visualspace.
Arent is mede-eigenaar van in60seconds, mede-organisator van het congres vrijdag, consortiumpartner in Every Picture Tells a Story en nu dus ook mede-maker van ons standje op de beurs in de wandelgangen van het Zeister congres.
Waarvoor dank.
Het congres is nog niet uitverkocht, trouwens.
Het programma staat hier

 

 

Kuitenbrouwer wordt onderzoeker op de HU

March 4th, 2012 CFHMK

De Stichting Innovatie Alliantie kent drie ton euro’s toe aan de Kenniskring Crossmediale Kwaliteitsjournalistiek  voor het onderzoeksproject over infographics Every Picture Tells a Story. Infographics zijn kortgezegd informatieve illustraties, van weerkaartjes tot user-interfaces.

De anvraag stond onder leiding van de nieuw aangestelde ‘new business developer’ Gjilke Keuning (foto). Assistent-onderzoeker Karen Bosch, die ook in het project zal meewerken, schreef mee.

Het tweejarige onderzoeksproject, met een totaalbegroting van 5,2 ton, zal samen met het werkveld methoden, technieken en kennis ontwikkelen voor het maken van goede infographics, die niet alleen aantrekkelijk zijn maar ook correct en betrouwbaar.

Belangrijke aanleiding voor het onderzoek is dat de vraag naar infographics en datavisualisaties in de markt snel toeneemt. Bedrijfsleven, instellingen, overheden en media zetten deze middelen steeds vaker in om grote hoeveelheden data of complexe informatie—letterlijk—inzichtelijk te maken voor hun doelgroepen. Statistische, economische, demografische en geografische processen laten zich uitstekend met visuele middelen vertellen

Every Picture Tells a Story wordt uitgevoerd in de kenniskring Crossmediale Kwaliteitsjournalistiek die onder leiding staat van dr. Piet Bakker. Carel Kuitenbrouwer (foto) zal de hoofdonderzoeker zijn. Voor het project is een consortium gevormd met BNO, Argumentenfabriek en In60seconds. Daarnaast zullen meerdere mkb-bedrijven, onderzoekers en studenten van de HU aan het project deelnemen. De HU-minor EMD die gewijd is aan infographics en datavisualisaties en onder leiding staat van Gert-Jan Peddemors en Kuitenbrouwer, zal een nauw verband met Every Picture Tells a Story krijgen.

Verder zullen er pilotprojecten worden uitgevoerd, kennis- en uitwisselingsplatforms opgericht en handleidingen en best-practices worden gepubliceerd ten behoeve van het onderwijs en de praktijk van deze boeiende informatie- en communicatiemiddelen.

Hieronder de link naar de aanvraag:
Every Picture Tells a Story projectaanvraag

 

 

Tehillim Illuminated

March 9th, 2011 CFHMK

Reich, Kuitenbrouwer from Aad van Nieuwkerk on Vimeo.

Gisteren werd een groot nieuw werk van mij uitgevoerd. Het is de visueel-ruimtelijke begeleiding van een concert in het Minimal Music Festival 2011 in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Het pièce de résistance van dat concert door ASKO|Schönberg en Synergy Vocals olv Clark Rundell is Steve Reichs Tehillim (1981).

In het magistrale vierdelige Tehillim (Hebreeuws voor psalmen) zet Reich voor het eerst tekst op muziek en schrijft zijn eerste langzame deel.
Het van hartstocht vibrerende stuk is een ontroerende ode aan de kunst en de muziek zelf.

Over de eerste keer dat ik zoiets deed, schreef NRC Handelsblad:
“In het spectaculaire Zwavel, Was & Suiker (…) maakte graficus Carel Kuitenbrouwer als eerste eindelijk eens optimaal gebruik van de lichtwand in het Muziekgebouw (…)” (Jochem Valkenburg, 9/6/2009)

Voor een videoverslag van dit evenement: Sulphur, Wax & Sugar on Vimeo
Voor het programma van het Muziekgebouw: World Minimal Music Festival 2011

 

 

Minor Editorial Media Design

February 4th, 2011 DickVestdijk

Zien is geloven maar beelden kunnen ook liegen
De Minor Editorial Media Design gaat in ontwikkeling.

Het Instituut voor Media van de Hogeschool Utrecht gaat deze minor eind maart aanbieden op de Minormarkt. Bij voldoende belangstelling zal hij in periode 1&2 van volgend schooljaar van start gaan.
Gert-Jan Peddemors is projectleider, Carel Kuitenbrouwer tweede man. Naar een derde ontwikkelaar wordt (extern) gezocht. Het team juicht spontane reacties en tips van harte toe.

In de minor Editorial Media Design leren studenten hun verhaal te vertellen met beeld, geluid en interactie. Dit beeldende ’storytelling’ wordt slechts beperkt door kennis en creativiteit, de toepassingsgebieden zijn vrijwel grenzeloos en nemen elke dag toe.
Ook leren studenten om te gaan met de gegevens die ze voor hun beeldverhaal nodig hebben.
Want beelden kunnen ook liegen. Ze kunnen de werkelijkheid vertekenen. Bewust of onbewust kunnen gegevens verkeerd worden weergegeven. Een goed begrip van de inhoud en waar die vandaan komt is dus essentieel.
De Minor Editorial Media Design biedt een uitgebalanceerde mix van vaardigheid, kennis en conceptueel denken om samen met teamgenoten tot boeiende beeldende resultaten te komen. Hij is bedoeld voor alle studenten met interesse in de visualisatie van informatie.
Het eindproject is een multimediale productie over een zelfgekozen onderwerp

 

 

Zwavel, Was & Suiker

October 16th, 2009 CFHMK

“In het spectaculaire ‘Zwavel, Was & Suiker’, met muziek van Anke Brouwer en Martijn Padding, maakte graficus Carel Kuitenbrouwer als eerste eindelijk eens optimaal gebruik van de lichtwand in het Muziekgebouw, die met duizelingwekkende veelkleurigheid ook weer verwees naar het oeuvre van Andriessen.”
Jochem Valkenburg, NRC Handelsblad, maandag 8 juni 2009

Het project dat ik initieerde en waarover deze lovende woorden werden geschreven, is nu gepubliceerd op Vimeo, het platform waar filmmakers en kunstenaars kun creatieve werk openbaar maken. Er is ook, in kleine oplage, een DVD van gemaakt.
Klik hier om de HD-video van dit project te zien:
Zwavel, Was & Suiker op Vimeo

Een andere reactie:
“Korte composities van vrienden en ex-leerlingen vertoonden enerzijds een hoog schuifdeurgehalte, maar ook de wil en durf om te blijven experimenteren en zaken aan de orde te stellen. De multi-mediale uitvoering van ’Zwavel, Was & Suiker’ van beeldend kunstenaar Carel Kuitenbrouwer en het componistenduo Brouwer/Padding was daar een overtuigend voorbeeld van.”
Kees Arntzen , Trouw, 8 juni 2009

Op 27 augustus 2009, de avond dat het Amsterdams Fonds voor de Kunst zijn jaarlijkse prijzen uitreikte, was een aangepaste reprise te zien van ‘Zwavel, Was & Suiker’. Die uitvoering beschreef Het Parool als “Een audiovisuele kermis voor de gevorderde cultuurliefhebber, die cultuur het liefst met hoofdletter geschreven ziet. Gewoon omdat het kan. En misschien om de fine fleur van de Amsterdamse kunstwereld te laten zien wat het gebouw in huis heeft. Eerlijk is eerlijk: dat is indrukwekkend.”
Voor meer info over dat evenement, klik hier

 

 

Als dorpsgek weggezet (terecht natuurlijk)

March 8th, 2009 CFHMK

Het zat er in; het was ook geen nieuws, behalve misschien dat het al vijf jaar geleden is dat ik voor het eerst met het onderwerp naar buiten kwam. Dus werd ik in het AT5-Nieuws van vrijdag 6 maart jl door verslaggever Leon opgevoerd als een mallotige querulant. Oordeel zelf, klik hier
Het goede nieuws is dat ons filmpje nu on line te bekijken is op de site van AT5. Klik hier (NB, ik houd me aanbevolen voor een betere titel en als we weer tijd (en geld) hebben, gaan we het commentaar goed in laten spreken. Door Katja Schuurman bijvoorbeeld. Of Francis Broekhuijsen, nog beter.

En eerlijk is eerlijk: het onvolprezen tijdschrift Ons Amsterdam besteedde er (zoals Peter-Paul de Baar het me schreef: “met jouw geweldige hulp”) in mei 2007 ook al uitgebreid aandacht aan: Klik hier: Ons Amsterdam Straatnamen

 

 

Nieuws! Kuitenbrouwer op AT5

March 5th, 2009 CFHMK

Afgelopen week stuurde ik naar AT5 een filmpje dat ik met filmer Willem Heshusius heb gemaakt over de verloedering van de Amsterdamse straatnaamborden. Het filmpje is nog niet helemaal af maar toch zocht ik er vast een doel voor.

Bij AT5 dachten ze er niet over om het uit te zenden maar wel om naar aanleiding ervan een nieuws-item te maken. En dus ga ik morgen met een ploegje of een camjo op stap om een paar mooie schrijnende voorbeelden te laten zien van wat er allemaal mis is met onze straatnaamborden. En dat is heel wat. Klik maar eens op onderstaande postzegels.

Deze Keizersgracht hoort niet bij het Spiegelkwartier

Deze Keizersgracht hoort wèl bij het Spiegelkwartier.

Een bord volgens de norm, zij het wat versleten.













Ik stippelde een route uit van het centrum via Oud West naar Slotervaart. Of we alle plekken gaan bezoeken die ik op mijn lijstje heb gezet is zeer de vraag, zoveel tijd heeft AT5 vast niet. Het item gaat als alles goed gaat ’s avonds op de zender.

Om me een beetje voor te bereiden bezocht ik gisteren de Spiegelgracht en omgeving. Het woord ‘Spiegelkwartier’, dat nu op veel borden daar opduikt, neem ik liever niet in de mond. Het zorgt voor onnodige ruis in de bewegwijzering en is nergens op gestoeld. Er is waarschijnlijk zelfs nergens een besluit genomen dat dat op die borden moest komen.

Een vooroorlogs vod

Onbegrijpelijk hoogteverschil

Onduidelijke grenzen, rommelig bord













Zoals er ook nergens een besluit genomen is om de standaardletter voor de borden niet langer te gebruiken en te vervangen door een verkrachte Gill. Net zomin als er iemand bij was toen werd besloten om niet langer platte emaille maar dikke aluminium borden op te hangen.

Er zijn natuurlijk veel ergere dingen in de wereld, maar met weinig inspanning zou dit karakteristieke onderdeel van de Amsterdamse openbare ruimte behouden kunnen blijven en het beeld van een verzorgde stad kunnen versterken.

En het is de moeite van het behouden waard, want tot nu toe zijn de vervangers ervan altijd slordiger, lelijker, slechter leesbaar en veel minder duidelijk.

Overigens, als u het filmpje wilt bestellen, kan dat via de email-link, linksboven aan deze pagina.

Molenpad op volle breedte

Het lelijkste bord van Amsterdam

In de luwte

Het mooiste bord van de buurt