March, 2008

Een logo

March 31st, 2008 CFHMK

Inleiding
Eén logo voor alle afdelingen en diensten die onder ministeriële verantwoordelijkheid vallen, zodat direct duidelijk is wat van de overheid is en wat niet. Dat is de ambitie van minister president Balkenende die leidde tot twee Europese aanbestedingen, twintig ontwerpvoorstellen, de recycling van een Rijkswapen en een heleboel negatieve publiciteit rond de Nederlandse grafische vormgeving. Om enige lijn in deze complexe kwestie te brengen, vroeg Vormberichten aan Carel Kuitenbrouwer om de zaken op een rij te zetten en een aanzet te geven voor een belangrijke vakinhoudelijke discussie.
Download het stuk van ongeveer 3000 woorden hier:
vbrijkslogo.pdf

 

 

Een koninkrijk voor een logo

March 1st, 2008 CFHMK

(wordt binnenkort gepubliceerd in I.D.Magazine)

Afgelopen december presenteerde Jan Peter Balkenende, de christen-democratische premier van Nederland, het nieuwe logo voor de hele Nederlandse centrale overheid. U leest het goed: een logo voor een koninkrijk! Waarom? Omdat burgers ‘door de bomen het bos niet meer zien’, de overheid ‘geen poespas’ past en toegankelijker, beter en efficiënter moet worden. En natuurlijk staat er in het persbericht ook iets over structurele maatregelen ter verbetering van de toegankelijkheid, maar dàt wordt nergens concreet. Eén logo daarentegen, dat zullen we krijgen. Hoopt PM JP.

Wat hier gebeurd is, zo lijkt mij, is in geen ander land dan Nederland mogelijk. Goed of fout, jammer voor de designbranche of dank aan de voorzienigheid, simpelweg ondenkbaar tot in het oneindige moet het zijn voor ingezetenen van de Verenigde Staten, Groot Brittannië, maar ook Brazilië, Polen, Denemarken of Taiwan, dat de natie of staat zich een logo zou aanschaffen. Men zou haast gaan denken dat de designbranche hier de regering heeft overgenomen.

Omdat Nederland zelf voor een flink deel door ontwerp tot stand is gekomen, kan design (sinds het van een duivelse bezigheid tot een constructieve activiteit werd omgevormd) in mijn aangeharkte landje al lang op flink aanzien rekenen. In de beschaafde verzorgingsstaat kreeg het ook in de publieke sector voet aan de grond, vooral in de optimistische hoogconjunctuur van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw.
Ministeries, saaie, logge apparaten immers, werden herkenbaarder en kregen een menselijker gezicht. Daarbij ging het vooral om een efficiëntere en letterlijk openbaardere uitvoering van overheidstaken door die instellingen.
De omzetten van de ontwerpbureaus stegen navenant, maar er werd bij de overheidsdiensten ook bezuinigd op logistieke kosten en iedereen was tevreden. Er bestond zelfs een bureau dat gekscherend de spotnaam ‘Ministerie van Vormgeving’ kreeg omdat het erin was geslaagd een flink aantal departementen en rijksdiensten tot klant te maken.

Grofweg in het laatste kwart van de vorige eeuw heeft zich een verschuiving voltrokken in de verhouding tussen overheid en burgers. Van een paternalistische controleur en autoritaire bemoeial, veranderde de overheid in een dienstverlener en werd de burger klant. Tegelijk kwam de privatisering op gang, met als voorlopig dieptepunt dat ons staatspostbedrijf overgenomen is door een Australisch koeriersbedrijf en van het traditionele signaalrood naar het (deze keer niet als koninklijk bedoelde) oranje is verkleurd.

Bij deze economisering van openbare taken en zorg voor zieken en zwakken hoort een niet te onderschatten public relations inspanning. Diensten worden producten die verkocht moeten worden, de instituties moeten zichtbaar zijn en met een krachtige corprate identity macht uitstralen. De presentatie wordt belangrijker dan de prestatie, de indruk belangrijker dan de werkelijkheid. Of zoals cultuurfilosofe Dorien Pessers het zegt: ‘De vorm wordt belangrijker dan de norm. Misleiding van het publiek door aan de reclame ontleende beeldtaal belangrijker dan betrouwbare dienstverlening.’

Inmiddels is Nederland het strijdtoneel geworden van conflicten met etnische, culturele en religieuze aspecten. De angst voor de allochtoon, de islamist, de terrorist heeft paniekerige proporties aangenomen en de reacties van het bestuur zijn even kortzichtig als repressief, even stigmatiserend als contraproductief. De christen- en sociaaldemocratische partijen prediken de herleving van tradtionele nationale normen en waarden terwijl de toegankelijkheid van gezondheidszorg en onderwijs afnemen en de inbreuken op de vrijheid van de individuele burger toenemen.

De gevestigde democratie heeft met die paradoxale combinatie van economisering enerzijds en moralisering anderzijds een enorm geloofwaardigheidsprobleem gecreëerd dat ze op probeert te lossen met meer pr in plaats van beter bestuur. Veel burgers stemmen niet meer en zien alle politici, van welke denominatie dan ook, als zakkenvullers en leeglopers.

Een van die pr-oplossingen van de minister president is: een ontwerpwedstrijd! Hoe haalt hij het in zijn hoofd!
En wat komt eruit? Het wapen van Nederland wordt gerecycled.

Volgens Studio Dumbar, die dat wapen vroeger al es ‘moderniseerde’ voor het Ministerie van Algemene Zaken, was dat in orde.
Maar in de pers en onder ontwerpers werd er hier en daar schande van gesproken: Voor 60.000 euro een oud logo opnieuw verkopen, een 19de-eeuws wapen als hedendaags logo gebruiken; allemaal foei! Vrijwel geen ‘gewone’ Nederlander maakt zich hier druk over en haalt de schouders op: weer zo’n gril van de regering.
Vrijwel niemand ziet welke schaamlap hier wordt gefabriceerd voor welke vreselijke werkelijkheid: Hoe ongeloofwaardiger ze is, des te meer de regering zich als sterk merk denkt te moeten profileren. Hoe onduidelijker ze is, des te meer duidelijkheid wil ze uitstralen. Een bijvoorbaat verloren strijd tussen schijn en werkelijkheid. Met de designbranche als gewillig kanonnenvoer.